Citaat: Ja, heilige zon, wij zijn het die de eerste oorzaak zijn van je zorg en je onrust. Je ongeduldige oog doorloopt onophoudelijk successievelijk alle gebieden van de natuur; je komt iedere dag op voor ieder mens, je komt vrolijk op in de verwachting dat zij je deze geliefde echtgenote of de eeuwige SOPHIA weldra terug zullen geven, de eeuwige SOPHIA van wie jij beroofd bent; je vervult je dagelijkse loop als je haar aan de gehele aarde terugvraagt met vurige woorden waarin zich je brandende verlangens afschilderen. Maar 's avonds ga je in diepe smart en in tranen onder omdat je vergeefs je echtgenote hebt gezocht; je hebt het tevergeefs aan de mensen gevraagd; hij heeft je haar niet teruggegeven; en hij laat je nog steeds op steriele plaatsen en in huizen van ontering verblijven.
Mens, het kwaad is nog groter. Zeg niet meer dat het het universum op zijn bed van smarten ligt; zeg: het universum ligt op zijn doodsbed; en het is aan jou om het de laatste plichten te verlenen; het is aan jou om het universum te verzoenen met deze zuivere bron waaruit het neerdaaltr, deze bron die niet God is maar die een van de eeuwige organen van zijn macht is en waarvan het universum nooit had mogen worden afgescheiden; het is aan jou, zeg ik je, om het universum ermee te verzoenen door het te zuiveren van alle substanties van bedrieglijke schijn waarvan het sinds de val onophoudelijk doordrenkt wordt, en het ervan schoon te wassen dat het alle dagen van zijn leven in ijdelheid had doorgebracht.
Het universum had ze niet op die manier in ijdelheid zien voorbijgaan als je jezelf was gebleven op de zetel van luister waar je vanwege je oorsprong was geplaatst, en iedere dag zou je het universum hebben gezalfd met een olie van blijdschap die het had behoed voor gebrek en smart; je zou ervoor gedaan hebben wat het vandaag de dag voor jou doet door je dagelijks het licht en de vruchten te verschaffen van de elementen waarvan je je hebt onderworpen, en die noodzakelijk zijn voor je bestaan. Kom er dus dichter bij, vraag het om je zijn dood te vergeven; want jij bent het die de dood aan het universum hebt gegeven.
Mens het kwaad is nog groter. Zeg dus niet langer dat het universum op zijn doodsbed ligt; zeg dat het universum in het graf ligt, dat de verrotting zich meester van hem heeft gemaakt en dat het door al zijn leden het bederf verspreidt, en jij bent het om je dat te verwijten. Zonder jou zou het niet op die manier afgedaald zijn in het graf; zonder jou zou het niet op die manier het bederf door al zijn leden verspreiden.
Weet je waarom? De reden daarvoor is dat jij jezelf tot zijn graf hebt gemaakt; de reden is dat je in plaats van voor hem de eeuwigdurende wieg van zijn jeugd en zijn schoonheid te zijn, het universum in je als het ware in een graftombe hebt begraven, en je hebt het met je eigen verrotting bekleed. Spuit snel in al zijn kanalen het onvergankelijke elixer want het is aan jou om het universum uit de dood op te wekken; en ondanks de lijkenlucht, die het van alle kanten uitwasemt, ben je ermee belast om het universum weer geboren te laten worden.
Louis-Claude De Saint-Martin (1743-1803) De mens: Dienen in vergeestelijking
Comments